lyda 150x150Hechtingsproblematiek bij adoptiekinderen 
Lyda Groot (voorzitter LOGA) geïnterviewd door Monique de Mol, foto Paul van der Klei, 
Balans Magazine februari 2012

 


 'Het lijkt vaak op AD(H)D en autisme'

Toen in de jaren zeventig adoptie van buitenlandse kinderen in zwang kwam,hadden de meeste mensen een idyllisch plaatje voor ogen: het kind liefdevol opvangen en een nieuwe toekomst geven. De realiteit is anders gebleken, weet Lyda Groot van de Landelijke Oudervereniging Gezinsproblematiek Adoptieouders (LOGA).

"Bij adoptie liggen hechtingsproblemen aan de basis, die vaak worden aangezien voor kenmerken van gedragsstoornissen als AD(H)D en autisme."

Vierentwintig jaar geleden verbaasde het de buitenwereld dat de oudervereniging werd opgericht, vertelt voorzitter Lyda Groot: "Iedereen dacht dat alles altijd goed

ging met adoptie. Maar de werkelijkheid is anders. Veel adoptieouders voelen zich onbegrepen door hun omgeving en door menig hulpverlener, vanwege de onbekendheid met adoptie- en hechtingsproblematiek.
Bovendien wordt door alle problemen vaak gedacht aan gedragsstoornissen als ADHD en ADD."

Zelf heeft Lyda Groot drie adoptiekinderen uit Colombia. "De oudste, een jongen, was destijds zeven jaar, zijn zusje vijf jaar en de jongste ruim zeven maanden. Ik
wilde zo veel mogelijk te weten te komen over hun moeder en een foto van haar hebben, om die later aan de kinderen te geven. Daarnaast wilde ik alles weten over
het land, de cultuur en muziek, en ben ik Spaans gaan leren om met de kinderen te kunnen praten. De reden van adoptie hebben we ook uitgelegd aan de kinderen."

Zes jaar geleden probeerde haar dochter in contact te komen met haar biologische moeder; tevergeefs. Vier jaar later kwam zowaar het verzoek of de kinderen contact wilden met hun moeder. "Zij zijn nog niet teruggeweest naar Colombia, maar het is fijn dat ze nu tenminste mailcontact met haar hebben."

Actieve rol

LOGA lyda groot 200x259Zo'n veertien jaar geleden werd Lyda Groot lid van LOGA, en wilde zij meteen een actieve rol spelen. "Ik was erg geïnteresseerd in de activiteiten van de vereniging. Tegelijkertijd bedacht ik me dat mijn leven niet alleen uit adoptie moest bestaan. Ik ben toen twintig uur in de week gaan werken als vrijwilliger bij
Bureau Slachtofferhulp, en heb me gespecialiseerd in huiselijk geweld. Het toeval wil dat hechtingsproblemen zowel bij huiselijk geweld als bij adoptie aan de basis liggen. Na zeven jaar ben ik gestopt en heb ik een vierjarige studie Psychosociaal
Werk gevolgd. Mijn afstudeerscriptie kreeg de titel: 'Adoptie: een 'zware bevalling'.

Wat men toen niet wist en nu wel, is dat adoptiekinderen risico lopen wat betreft veilige hechting. Groot: "Door het verbreken van de band met de biologische moeder kan een trauma ontstaan, waardoor het kind moeite heeft om nieuwe relaties aan te gaan, zoals met de adoptieouders. Het geadopteerde kind voelt zich in de steek gelaten en is doodsbang. Zijn vertrouwen in andere mensen is ernstig beschadigd en veroorzaakt grote boosheid. Zo'n dertig procent van de adoptiekinderen heeft een hechtingsprobleem, waardoor het gedrag gericht is op overleven."
Adoptiekinderen kunnen al tijdens hun jonge leven nog andere trauma's oplopen.
"Je weet niet precies wat ze hebben meegemaakt. Sommigen hebben in verschillende tehuizen gezeten of op straat rondgezworven, zijn mishandeld of misbruikt. Dan zijn ze vaak angstig en onzeker. Uit loyaliteit met hun biologische moeder, die ze vanwege de bloedband trouw willen blijven, gaan sommige adoptiekinderen zich afzetten tegen de zorg en bemoeienis van de adoptieouder(s). Vanuit de drang om te overleven willen zij de controle houden over hun eigen leven en verzetten ze zich tegen de adoptieouders, hoe jong ze ook zijn."
Doordat het kind op zichzelf is verlaten, probeert het voortdurend de wereld om hem heen te controleren door te observeren, te taxeren en te manipuleren. "Voor de buitenwereld gedraagt hij zich voorbeeldig, maar thuis manipuleert hij het gezin en speelt gezinsleden tegen elkaar uit. Daarbij kan hij de slachtofferrol aannemen en zijn ouders beschuldigen van verwaarlozing en mishandeling; een trauma dat hij in zijn vroege jeugd heeft opgelopen. De adoptieouders worden door deze beschuldigingen buitenspel gezet."
Door al deze problemen hebben sommige adoptiekinderen weinig aandacht voor school. "De jongens zijn rusteloos en hebben geen tijd om te leren. Zij laten vooral extravert en druk gedrag zien dat lijkt op ADHD. Terwijl veel meisjes juist introvert of depressief gedrag vertonen dat kenmerkend is voor ADD." Groot vervolgt: "De adoptieouders voelen zich extra verantwoordelijk voor de kinderen, want zij hebben hen hiernaar toe gehaald om hen een betere toekomst te geven. Zij willen dan ook dat ze hier gelukkig worden."

Isolement

LOGA is een actieve vereniging: er is een nieuwsbrief, een vernieuwde website, en er wordt getwitterd. Verder is er twee keer per jaar een themadag en zijn er diverse regionale gespreksgroepen voor adoptieouders, om problemen en ervaringen te delen. Zo ontvangt Lyda Groot al veertien jaar elke zes weken bij haar thuis een gespreksgroep die varieert van acht tot twaalf mensen. "Veel adoptieouders leven in een isolement, omdat zij niet begrepen worden door hun omgeving en de hulpverlening. Door gebrek aan kennis over adoptie- en hechtingsproblematiek wordt het gedrag van hun adoptiekind meer dan eens verkeerd begrepen en gediagnosticeerd. In plaats van effectieve hulp aan het kind, wijzen zij met een bestraffende vinger naar de ouders. Waar rook is, is vuur, zo redeneert men. Nieuwe ouders krijgen eerst een intakegesprek waarin ik de problematiek van de andere groepsleden toelicht. Hierna kunnen ze beslissen of ze in de groep passen en willen deelnemen aan de gespreksgroep.
Als landelijk contactpersoon van LOGA kunnen mensen mij altijd bellen als zij hun verhaal kwijt willen," voegt Groot toe.
"Gelukkig lossen de meeste problemen na verloop van tijd op. Ook zien we dat de breuk die tussen adoptiekinderen en ouders is ontstaan, meestal later weer hersteld wordt als de kinderen volwassen zijn. De relatie tussen ouders en kinderen is dan meer gelijkwaardig en minder emotioneel." Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de uit het buitenland geadopteerden later redelijk tot goed functioneert.
"Hieruit wordt duidelijk dat veel jonge adoptiekinderen over voldoende veerkracht beschikken en leren omgaan met hun trauma. Zij halen de achterstand in door de mogelijkheden te benutten die de nieuwe omgeving hen biedt en zich te ontwikkelen op lichamelijk, cognitief en sociaal gebied."
Daarentegen kampt zo'n 20 procent van de geadopteerden met gedragsproblemen en depressie door een onverwerkt verleden.
"Je kunt zeggen dat een aantal adoptiekinderen een trauma heeft opgelopen en daar een groot of klein litteken aan over houdt.
Soms sluit de wond en ontstaat er een mooi litteken. Als de wond echter niet geneest, ervaren volwassen geadopteerden een blijvend lijden en lopen zij vast in relaties en werk. Zij krijgen dan het stempel ADHD, ODD, OCD of manisch-depressiviteit, omdat er niet naar de hechtingsstoornis
is gekeken."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Go to top

Copyright © 2013 LOGA. Alle rechten voorbehouden.