themadag 2010 11 13 100x14213-11-2010
"Omgaan met een kort lontje" oftewel omgaan met mensen met Borderline.
door Hanna van Dijk en Annelies Faber

 

Toelichting

Wat gaan we doen?

Ons is gevraagd in te gaan op wat borderline is. Aanleiding is het thema omgaan met korte lontjes en de ervaring daarmee in het leven van alledag in een gezin, in uw situatie met een of meerdere adoptiekinderen. Voor de pauze gaan we in op wat borderline is en op de betrokkenheid van Labyrint~In Perspectief bij dit aandachtsgebied. Aansluitend leg ik Hanna van Dijk enkele van de thema's voor die Lyda en Alice ons meegaven. Na de pauze gaan we in op uw vragen en opmerkingen.

Onszelf voorstellen

Laten we ons eerst aan u voorstellen. Ik ben Annelies Faber, tot 1 oktober jl. was ik als stafmedewerker werkzaam op het bureau van Labyrint~In Perspectief, een stichting voor familieleden en directbetrokkenen van mensen met psychische of psychiatrische problemen.

Omdat ik zelf ook ouder ben van een 26-jarige zoon met autisme, een diagnose die na een lange zoektocht en heel wat hulpverlening verder drie jaar geleden werd gesteld, besloot ik ook na mijn ontslag door te gaan als voorlichter bij Lab~IP. Meewerken aan deze dag is mijn eerste voorlichting als vrijwilliger. Omdat Hanna zelf ouder is van een kind met borderline vroeg ik haar dit samen te doen.

Voorstellen Hanna van Dijk: ik ben vrijwilliger van de stichting, met name in Amsterdam, geef voorlichting, begeleid een gespreksgroep en behartig de belangen van familieleden via de Familieraad GGZ Ingeest.

Opgroeien: ideaal - werkelijkheid

Een kind groeit op bij hun vader en moeder of bij een van beiden. Ze geven het liefde en alles wat het nodig heeft om uit te groeien tot een evenwichtig en gelukkig mens. Dat is het ideaal. Maar zo gaat het lang niet altijd, soms gaat het erg mis of dreigt dat. Ouders weten aanvankelijk niet waar ze het zoeken moeten. Wat is er aan de hand, waar kan je terecht voor hulp en wat kan je zelf doen om het tij te keren? Soms redt een gezin het op eigen kracht eruit te komen, soms ook niet en heb je als ouders het gevoel dat er meer aan de hand is. Dat er misschien sprake is van borderline, of van de trekken van borderline.

Borderline wat is het?

De officiële aanduiding van deze stoornis is de borderline persoonlijkheidsstoornis. De korte aanduiding borderline maakt duidelijk dat het een breed onderwerp is. Kort lontje of ik heb een kind met borderlinetrekken, of borderline als scheldwoord: je lijkt wel een borderliner, illustreren dat. Met deze aanduidingen doelen we vooral op het gedrag van iemand; het korte lontje. Iedereen weet dan waar dat over gaat.

Of de diagnose precies bij iemand past of al gesteld is, doet er in het kader van deze dag minder toe. We hebben het over kinderen en jongeren met moeilijk gedrag dat doet denken aan borderline.

De informatie die we hier over borderline geven komt uit Omgaan met borderline, een praktische gids voor naastbetrokkenen die psychiater Erwin van Meekeren en trainer en familieondersteuner Hans de Jong schreven, beiden met ruime kennis en ervaring op het gebied van behandeling en ondersteuning aan cliënten met borderline en hun familie. Het is goed om te bedenken dat deze gids bedoeld is voor een beter begrip van borderline en vooral gaat over mensen die de borderline persoonlijkheidsstoornis zouden kunnen hebben of hebben. Wij hebben er die informatie uitgehaald die ons helpt het korte lontje beter te begrijpen en meer grip te krijgen op wat ouders zelf kunnen doen (of juist beter kunnen laten).

Het gaat Van Meekeren en De Jong om het beter begrijpen en omgaan met mensen die gekenmerkt worden door:
- heftige emotionele reacties;
- impulsief gedrag;
- identiteitsproblemen (verbonden met hechtingsproblemen);
- snelle stemmingsschommelingen;
- conflicten met hun omgeving.

Ze stellen nadrukkelijk dat een betere omgang met moeilijk gedrag vraagt om de inzet van alle betrokkenen. Dat kan alleen met respect voor elkaars mogelijkheden en beperkingen. Het betekent dat het ook voor ouders niet voldoende is om de problemen bij 'de borderliner' te leggen en alle energie te richten op het weer in het rechte spoor krijgen van het moeilijke kind. Ook ouders moeten aan de slag en hun eigen gedrag en communicatie willen veranderen. Dit doet er echt toe!

Maar wat ik hier al wel wil onderstrepen: de behandelresultaten bij veel mensen met borderline zijn redelijk tot uitstekend en dat geeft hoop! Idem dito geldt voor ouders. Als ouders – al dan niet met hulp van buiten - zelf aan de slag gaan dan helpt dat zeker ook.

Al is het vinden van een begaanbare weg makkelijker gezegd dan gedaan, een lange adem hebben kan het allemaal waard zijn. Hoe ouders daaraan kunnen bijdragen, daar komen we zeker nog over te spreken.

Enkele gegevens: hoe vaak komt het voor?

Tussen 1 en 2% van de bevolking – 150.000 tot 200.000 Nederlanders – heeft de stoornis. Vaak openbaart die zich op jongvolwassen leeftijd: gemiddeld tussen het 17e en 25ste jaar. Maar er zijn dan vaak al eerder problemen geweest: we zien op jongere leeftijd soms al duidelijke 'voorlopers' van de stoornis. En uitlopers ervan op hoge leeftijd.

Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen: in de geestelijke gezondheidszorg worden veel meer vrouwen dan mannen behandeld. Vrouwen zoeken eerder of op een andere manier hulp; bij mannen wordt het minder makkelijk herkend; zij zijn eerder terug te vinden in de verslavingszorg of krijgen het etiket anti-sociaal.

Hoewel er een aantal gemeenschappelijke kenmerken zijn, kunnen mensen met borderline ook fors verschillen. Ieder mensen is uniek, en het vraagt dan ook om een persoonlijke aanpak. Borderline als serieuze psychische problematiek vraagt altijd om professionele behandeling. Ook het stellen van de diagnose van borderline als stoornis behoort te gebeuren door een professional.

Vandaag hebben we het vooral over de korte lontjes.

Als er sprake is van enkele kenmerken, dan wordt gesproken over 'trekken van borderline'. Maar dat wil nog niet zeggen dat er dan ook sprake is van borderline. Het kan ook zijn dat er een aantal verschijnselen is zonder dat gesproken kan worden van de diagnose persoonlijkheidsstoornis. Die verschijnselen horen dan bijv. bij de diagnose ADHD of depressie, etc. Dat geeft ook aan dat het stellen van de diagnose een hele puzzel is en tijd kost. Wat overigens sowieso voor het stellen van psychiatrische diagnoses geldt.

Symptomen borderline

Van Meekeren en De Jong noemen de volgende symptomen van borderline: emotionele instabiliteit, impulsiviteit, identiteitsproblemen, alles of niets, verlatingsangst, een waaier van symptomen als angst, depressieve gevoelens, eetstoornissen, verslavingsproblemen en agressiviteit.

Oorzaken

- Dé oorzaak van een borderlinestoornis bestaat niet en is ingewikkeld. Er is sprake van een samenstel van diverse op elkaar ingrijpende, elkaar beïnvloedende factoren.

- Ouders zijn vrijwel nooit 'de schuld' van een psychiatrische stoornis. (Behalve wanneer sprake is van huiselijk geweld, seksueel misbruik, e.d. Maar ook dan geldt dat (genetische) kwetsbaarheid bijdraagt aan het ontwikkelen van een stoornis. Het ene misbruikte kind vecht zich een weg terug en wordt niet ziek, een kind met basale kwetsbaarheid wel.)

- Naastbetrokkenen kunnen, zoals gezegd, wel een rol spelen in het instandhouden, verergeren of juist verminderen van de symptomen. Dat komt door de centrale rol die heftige emoties bij borderline (en ook bij het korte lontje) spelen.

Omgaan met emoties

Een stoornis in het reguleren van emoties is een van de meest kenmerkende aspecten van borderline; het gaat om het met heftige emoties reageren op een voorval en het maar langzaam terug kunnen keren naar de 'normale' toestand.

Niet iedereen die zijn emoties moeilijk weet te reguleren heeft een borderlinestoornis, maar iedereen met een borderlinestoornis heeft wel dit kenmerk. Het niet kunnen reguleren van en omgaan met heftige emoties is het meest hardnekkige en moeilijkst te behandelen aspect. Ook voor ouders dit het allermoeilijkste om mee om te gaan.

Eigen emoties en reacties als signaal
Het lijkt misschien vreemd, maar ook de eigen reacties van ouders kunnen een aanwijzing vormen voor borderlineproblematiek in uw gezin. Omdat we daar als ouders echt iets aan kunnen doen, besteden we daaraan veel aandacht. Ik noem een paar voorbeelden:
- u reageert niet meer op iemand zoals u bij de meeste anderen doet (bijv. bij een ander kind); u bent voorzichtiger in uw uitlatingen;
- u reageert meer in extremen; heel zorgzaam of juist afhoudend, grenzeloos of juist met heel strakke grenzen;
- u past uw eigen leven aan dat van de ander; u doet niet meer wat u vroeger deed (bijv. uitgaan of met vakantie gaan); alles draait om het moeilijke kind;
- u loopt voortdurend op eieren; u heeft het gevoel het nooit goed te doen;
- u merkt dat ook uw emoties gaan wisselen; van soms heel verdrietig tot heel boos, van hulpvaardig tot moedeloos;
- u voelt zich leeggezogen.

Verschil vaders en moeders
Mannen en vrouwen, vaders en moeders, reageren vaak verschillende op de heftige problematiek van het korte lontje; iedereen staat onder druk en er kan een sfeer ontstaan van verwijten, conflicten over de 'juiste' aanpak en van uit elkaar groeien. Belangrijk om bij het zoeken naar een begaanbare weg aandacht aan te geven. En stil te staan bij de vraag wat bij u als ouder de trigger is om heftig te reageren.

Enkele thema's:

Aandachtspunt:
- Op eieren lopen in het contact met je kind; met aandacht voor 'spiegels en sponzen';
- Verschillen in reacties tussen ouders (man/vrouw);

Eigen voorbeeld Annelies: over verschil in aanpak tussen mij en mijn partner. Ik zette alles op zij, zat er bovenop, mijn man bleef zijn activiteiten doen. Beiden hadden we verdriet maar bereikten elkaar daar niet meer in.
- Verschillen in reacties van jongens met een kort lontje (agressie) en meisje (zelfbeschadiging), verslavingsproblemen, kicken op foute mannen;
- Als mijn kind geen hulp wil, wat dan?
- Ervaringen met de hulpverlening;
- Hechtingsproblemen;

Tot slot zal ik kort wat vertellen waartoe de stichting LiP dient.
LiP is er ter ondersteuning van familie en betrokkenen van mensen met psychische of psychiatrische problemen, met of zonder diagnose. Ze biedt lotgenotencontact, voorlichting en informatie, en belangenbehartiging.

* De stichting werkt op basis van empowerment, d.w.z. dat zij familieleden de tools wil meegeven hun eigen krachten aan te spreken om hun situatie leefbaarder te maken. LiP werkt vanuit de ervaring en overtuiging dat mensen altijd – ook als ze het moeilijk hebben – krachten hebben om veranderingen of oplossingen te zoeken.

* Het hervinden van de balans in zorgen voor de persoon met problemen en zorgen voor jezelf en de rest van het gezin, en het weer durven/kunnen kiezen voor het eigen leven en eigen activiteiten – niet alles draait meer om de patiënt – is de centrale boodschap van Lab~IP.

* Tot slot strijdt de stichting voor erkenning van de familie recht hebben als gelijkwaardige partner in de zorg. De aangesloten familieleden hebben meestal te maken met een cliënt met langdurende psychiatrische problemen, die jongvolwassen of ouder is.

Borderline is sinds 1997 een van de aandachtsgebieden van de stichting. Naast het lotgenotencontact voor deze groep familieleden, heeft de stichting samen met hulpverleners en cliënten aan de wieg gestaan van de Triade Borderline.

Doel: het verbeteren van de kwaliteit van de zorg aan cliënten, het verbeteren van de ondersteuning aan familie en het stimuleren van de samenwerking in de Triade, ook in de behandeling.

In de algemene brochure, die op de tafel ligt, kunt u meer lezen over de activiteiten van de stichting.

verslag deelnemer

13-11-2010 Najaarsbijeenkomst LOGA met onderwerp 'Omgaan met een kort lontje'.

De LOGAdag was heel vermoeiend! Gek, een tweede keer en niet zo nieuw en indrukwekkend als de eerste keer en veel minder verhalen en toch .....

We kwamen er en zagen niet veel bekenden. Toch het onderwerp wat je wel of niet aanspreekt.

Twee dames geven de lezing over borderline. De ene hield het bij het technische verhaal en de ander ondersteunde het met praktijkvoorbeelden van haar eigen dochter. Een goede methode want zo kon de techneut de ander weer bij de les trekken indien nodig.

Het praktijkverhaal van de vrouw vertelde van een dochter die in de puberteit anorexia ontwikkelde, hiervoor opgenomen werd en weer ontslagen want het was geen anorexia maar Borderline. Toen de anorexia uit beeld was ontwikkelde zich iets anders. Veel aandacht vragend, eisend, emotionele wisselingen, het niet van een ander perspectief kunnen zien. enz.

Ze gaf allerlei voorbeelden. Het was een zoektocht naar diagnostiek en erkenning. Een weg zoeken als moeder naar het omgaan met het kind. Een weg van vasthouden wanneer het nodig was en loslaten als het te veel werd. Een weg van overbelasting, machteloosheid naar een weg van acceptatie. Een weg van acceptatie dat het kind nu eenmaal zo is en hier een weg in vinden om mee om te gaan. Een weg van therapieën. En rust toen het kind ouder werd en een langere therapie achter de rug had.

Nu gaat het rustig met haar dochter. Onduidelijk is of het een stabiliteit betreft of een genezing.

De moeder schets een weg van omgaan door de zaken terug te leggen bij de dochter als wat kun je hier nu zelf aan doen en zo de verantwoording niet overnemen want daarin sta je de machteloosheid toe. Het is hetzelfde als mevr. Vinke zei die de lezing bij de vorige LOGA-dag gaf.

Zij noemde een mooie zin van haar vader: "Je kunt niet de wind veranderen maar wel je zeilen". Met andere woorden dat is wat die moeder heeft geleerd. Haar eigen gedrag te veranderen t.o.v. haar dochter om zodoende makkelijker met de stoornis te kunnen omgaan.

In het kader van adoptie noemde ze het verhaal van de pinguïn: "Een pinguïn van de zuidpool naar het oerwoud halen". Een pinguïn is aangepast op de zuidpool en zal aanpassingsproblemen ontwikkelen in het oerwoud. Ze relateerde jammer genoeg niet veel met adoptie en zei dat wij veel meer wisten hiervan. Helaas want nu vragen we ons nog af is Borderline hetzelfde als hechtingsproblematiek?

Maar toch moedig van die vrouwen om daar te gaan staan met hun verhaal.

Beide dames waren ouders van kinderen met een borderline stoornis. Degene met het technische verhaal vertelde van alles wat hetzelfde lijkt als hechtingsstoornis. Zij was af en toe tijdens het vertellen de weg kwijt. Later bleek dat haar zoon die avond daarvoor was opgenomen. Heftig.

Herkenbaar, ik was tijdens het verhaal alleen maar aan het ja-knikken, net als iedereen misschien wel.

Naderhand waren er roulerende groepjes met stellingen per tafel. De stellingen kwamen niet zo aan bod. Voordat we wisten wie wie was en met welke kinderen was er roulatie.

Frappant was dat ik een vrouw trof die haar zoon van veertien uit huis wou laten plaatsen, ik ben een fel tegenstander van BJz geworden en UHP maar zij wilde dit omdat ze het thuis niet meer bol kon werken. Zij stond lijnrecht tegenover mijn verhaal. Dat was heel lastig.

Het is haar verhaal naast dat van mij.

Eigenlijk is zo'n dag veel te kort.

En toch moet je er weken van bijkomen.

OPROEP VOOR NIEUWE BESTUURSLEDEN LOGA!
klik HIER voor meer info

 

OPROEP: verstandelijk beperkte 
geadopteerde
n

OPROEP PLAN ANGEL: research naar adoptie in
Colombia, Brazilië, Peru en Haïti
lees
HIER meer

 

Cursus:van Stichting Adoptievoorzieningen: "zorgen voor getraumati-seerde adoptiekinderen"die begint op 23 april a.s. zijn er nog plaatsen vrij! 
Cursus Ouderpower: Balans Academy
Cursus Herstelverhaal: voor geadopteerden en ouders

                 

Go to top

Copyright © 2013 LOGA. Alle rechten voorbehouden.